De Participatiedemocratie.

Naar een nieuw contract tussen overheid en samenleving.

Drs. Jan Pieter J. Lokker, burgemeester van Noordwijk.

In 2015 krijgen gemeenten meer zeggenschap over de uitvoering van taken in het sociale domein. De overdracht van rijkstaken is een mega-operatie die een forse wissel trekt op de bestuurskracht van gemeenten. Alom is twijfel of gemeenten in staat zijn tijdig en op juiste wijze deze klus te klaren. Het vertrouwen daarin is vooralsnog niet groot. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat twee derde van de burgers het politieke bestuur onvoldoende in staat acht om de huidige maatschappelijke problemen op een adequate manier op te lossen. Bovendien lijkt de lage opkomst bij verkiezingen te bewijzen dat burgers massaal afscheid hebben genomen van de politiek, waardoor een ernstig legitimiteitsprobleem is ontstaan.

Toch geloof ik dat gemeenten wel degelijk in staat zijn om te kunnen voldoen aan de nieuwe taakstellingen. De gemeente is bij uitstek de bestuurslaag waar bestuurlijke en sociale innovaties kunnen plaatsvinden. Door de beperkte schaal is zij in staat om snel te schakelen en vernieuwingen door te voeren. Uit onderzoek blijkt bovendien dat het vertrouwen in de politiek weliswaar flink is gedaald, maar dat de belangstelling voor politieke en maatschappelijke vraagstukken juist sterk is toegenomen. De vraag is daarom gerechtvaardigd hoe de gemeenteraad de toegenomen belangstelling van inwoners voor politieke en maatschappelijke vraagstukken kan benutten. De lokale gemeenschap is immers het hart van de democratie en de belangrijkste bron van vitaliteit en vernieuwing.

Burgerparticipatie kent inmiddels vele gezichten. Een daarvan is dat inwoners in een vroeg stadium bij de besluitvorming worden betrokken. Ook zien wij steeds meer dat inwoners ruimte krijgen om zelf oplossingen te bedenken en uit te voeren. Maar om de betrokkenheid van inwoners vast te houden is meer nodig. Zij dienen ook daadwerkelijk zeggenschap te krijgen. Het is tevens belangrijk om maximaal gebruik te maken van de mogelijkheden van ICT.

De ontwikkeling naar meer zeggenschap van inwoners vereist wel een radicaal andere houding van gemeenteraad, dagelijks bestuur en ambtelijke dienst. Raad en college zullen bereid moeten zijn om de kracht en de creativiteit van de inwoners een duidelijke plaats te geven op de gemeentelijke beleidsagenda. Dat kan door inwoners effectief de mogelijkheid te bieden om daadwerkelijk verantwoordelijkheid te dragen door hen ook het recht te geven om over vitale kwesties mee te beslissen. Immers, alle oproepen om mee te praten en mee te doen krijgen pas echt betekenis als inwoners ook mogen meebeslissen. De gemeenteraad verliest daardoor weliswaar haar beslismonopolie, maar de besluitvorming zelf wint aan draagvlak en draagkracht. Op deze manier zet de gemeente bovendien een eerste stap op weg naar de participatiedemocratie.

De politiek zal ruimte moeten bieden door ook buiten de bestaande kaders en structuren oplossingen mogelijk te maken en uit te voeren. Dit betekent in veel gevallen dat zij bereid moet zijn om indien nodig bestaande regelgeving en procedures aan te passen en zo nodig regels los te laten om maatschappelijke initiatieven in dorp, wijk of straat mogelijk te maken. Het gemeentebestuur moet daarbij het experiment niet schuwen en risico durven nemen. Iets mag ook mislukken, zonder dat de politiek meteen gaat afrekenen.

Bij elk project stelt de gemeenteraad vooraf de spelregels vast. Dat is nodig om ervoor te zorgen dat besluiten binnen de wettelijke en financiële kaders passen. Binnen deze kaders kunnen inwoners op straat-, buurt- en wijkniveau hun voorkeuren kenbaar maken en ook zelf plannen indienen, waarna de gemeenteraad de collectieve voorkeuren van de inwoners bekrachtigt en vervolgens vertaalt in beleid.

Door de mogelijkheden van de informatie- en communicatietechnologie (ICT) beter te benutten kan het gemeentebestuur in de praktijk de ambitie om burgers mee te laten beslissen vorm, op eenvoudige en laagdrempelige manier vorm geven. De moderne burger leeft voor een belangrijk deel in een virtuele wereld die verder reikt dan de grenzen van dorp en natie. Elk moment van de dag kan hij de gebeurtenissen in de wereld volgen en zich een mening vormen. Hij zoekt en vindt verbinding met andere burgers steeds vaker via sociale media. Traditionele structuren en grenzen van menselijke interactie zijn daardoor minder belangrijk geworden. Met andere woorden: de klassieke vormen van inspraak en vergaderen in commissieverband kunnen anders en beter worden georganiseerd.

Het creëren van verschillende digitale platforms stelt de gemeente in staat om inwoners direct en op elk moment te betrekken bij beleids- en besluitvorming. Door het instellen van representatieve burgerpanels kunnen inwoners met initiatieven komen en zich uitspreken over beleidsvoornemens. De platforms fungeren als digitale ontmoetingscentra waar de leden inloggen met hun DigiD. Vervolgens krijgen zij toegang tot alle relevante informatie. Ook kunnen zij vragen stellen, onderling discussie voeren en via een speciaal daarvoor ontwikkelde applicatie uiteindelijk ook hun stem uitbrengen.

Op die manier worden inwoners op eenvoudige wijze in staat gesteld om direct deel te nemen aan het proces van beleids- en besluitvorming en is de gemeente in staat om op efficiënte en effectieve wijze de kennis en kunde van haar inwoners te mobiliseren. Een belangrijk voordeel is bovendien dat door deze werkwijze de groep inwoners wordt aangeboord die het druk heeft met baan en gezin en geen tijd heeft om dikke beleidsnota’s te lezen of lange vergaderingen bij te wonen. De gemeenteraad creëert op deze manier een digitale raadszetel die ook werkelijk betekenis heeft in de besluitvorming.

De nieuwe rol van het gemeentebestuur vereist ook een andere rol van de ambtelijke dienst. In de lokale netwerksamenleving, waarbij mensen vooral online samenkomen, kan de ambtelijke dienst niet de oude werkstructuren blijven hanteren. Ambtenaren moeten de vrijheid krijgen om zelfstandig naar buiten te treden en verbinding maken met ondernemers, maatschappelijke organisaties en inwoners. Op die manier werken zij niet uitsluitend voor de wethouder, maar zijn tevens en vooral dienstbaar aan de leden van het platform.

De raadszaal kan worden ingericht als het centrum waar inwoners, politici, bestuurders en ambtenaren elkaar fysiek kunnen ontmoeten, informatie kunnen delen en de dialoog aangaan. De raadzaal wordt zo het ‘open huis’ van de gemeenschap waar politici en ambtenaren in direct contact kunnen treden met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners.

Deze en soortgelijke bestuurlijke en sociale innovaties kunnen uitgevoerd worden zonder het Huis van Thorbecke te verbouwen. Evenmin is het nodig om blauwdrukken te creëren die voor elke gemeente gelden. Wat in de ene gemeente succesvol is, kan in de andere gemeente niet werken. Op het niveau van de gemeente, de wijk of de straat gaat het om maatwerk, diversiteit en pluriformiteit. Dat is het ware kenmerk van beschaving in een open netwerksamenleving. Het is wel belangrijk dat het Rijk via een speciaal in te stellen participatiefonds voor bestuurlijke en sociale innovaties gemeenten stimuleert vernieuwingen door te voeren.

Het sleutelwoord voor deze manier van besturen is verbondenheid. Door op innovatieve manier de verbinding te zoeken met de inwoners en hen daadwerkelijk zeggenschap te geven over de eigen leefomgeving, kan ook de politiek weer een “bezielend verband” worden en is zij in staat zich om te vormen van een “domein van onenigheid, strijd en macht” tot een domein waarin de dialoog met de inwoners centraal staat. Waar het idee van de maakbaarheid van de samenleving is losgelaten en de inwoners zelf door reële zeggenschap het lot van wijk en dorp in eigen hand nemen.

Noordwijk, 1 juli 2014.

Advertenties