Noordwijk – Eerste vers.

Heel even scheert de zee
als breekbaar glas
voorbij de statie van oranje.
Een lichte bries buigt staag
het staande helm naar Binnen.
De oude dame ontvangt de groet
met klanken van de luidklok:
de sobere melodie van oude Jeroen.

Verdwaald lopen mensen door het losse zand
De zee blijft zee
en componeert haar dagelijkse symfonie.
Waterklanken die het samenspel van wind en wolken
Verder dragen naar de kleur van duizend bloemen
In een achterland van gras en wolken.

Golven spoelen speels
De voeten van de paviljoens.
Hoog op het duin
In alle majesteit het huis
En al het steen en glas daar tussen
In volle glorie soms vergaan
Tot vensters van de nacht
Wachtend op een hand die heelt.

Onbewogen ligt de sluier van de morgen
Op de rode daken van de huizen en kastelen
slingerend langs velden van weleer,
In schemer achterlatend
de kruiden ongebruikt, verborgen.

De zwarte leeuw staat fier gebeiteld,
vereeuwigd in beton, tapijt en glas.
Bewaker van vervlogen tijd,
van eeuwen die niet meer zijn
en tijden nog te gaan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s